Terug naar index

Het Koninkrijk Gods.

Doel van deze bijbelstudie: Aantonen dat er na de uitstorting van de Heilige Geest maar één evangelie is.

Opmerking: Er zijn drie belangrijke gebeurtenissen die het evangelie voor de gemeente en het evangelie voor het Koninkrijk Israël onderscheiden:

  1. De kruisiging en opstanding van de Heer Jezus heeft plaatsgevonden. Wanneer men het heeft over de blijde boodschap dan verwijst deze boodschap altijd naar het plaatsvervangend lijden tot vergeving van zonden van de Heer Jezus.
  2. De Heer Jezus is bij de bedeling van de gemeente lichamelijk niet meer aanwezig op aarde. Hij is ten hemel gevaren. In de bedeling van het Koninkrijk Israël is Jezus lichamelijk aanwezig. Bij een Koninkrijk op aarde behoort een lichamelijk aanwezige Koning.
  3. De Heilige Geest is uitgestort bij de bedeling van de gemeente. Wie de Heilige Geest niet "bezit" behoort Christus niet toe.

Tekstverwijzingen vinden plaats via de nummers van de hierna vermelde indeling:

  1. Wanneer er in de Bijbel sprake is van het Koninkrijk (Israël) of het Koninkrijk of het Koninkrijk Gods of het Koninkrijk der hemelen dan heeft dat altijd te maken met de openbaring van de Heer Jezus en zijn Woord aan de mensen.
  2. De term "Koninkrijk (Gods)" of "Koninkrijk der hemelen", maakt geen verschil.
  3. Toen Jezus lichamelijk op aarde aanwezig was brachten de twaalf apostelen een evangelie speciaal bestemd voor (het Koninkrijk) Israël. Aangezien de machtigen in Israël hun Koning niet erkend hebben, zal er een bedeling van de gemeente komen. Let er op dat de gemeente beschreven wordt als "slaven" en de Israëlieten als "burgers". De bedeling van het Koninkrijk Israël kan alleen bestaan bij de lichamelijke aanwezigheid van Jezus.
  4. Opmerkelijk is dat de apostel Petrus voor de uitstorting van de Heilige Geest nog onbekeerd wordt genoemd. Als "onbekeerde" discipel had hij wel reeds het evangelie van het Koninkrijk Israël gebracht.
  5. Evangelie van het koninkrijk is bestemd voor alle volken.
  6. Wanneer er in de evangeliën gesproken wordt over "Koninkrijk" is dit vaak zonder bedenkingen toepasbaar op de bedeling van de gemeente. Men kan dus gerust stellen dat alle boeken van het Nieuwe Testament bestemd zijn voor de gemeente.
  7. Enkele tekstgedeelten zijn specifiek met betrekking tot het Koninkrijk Israël. Aangezien er geen daadwerkelijk Koninkrijk Israël gekomen is lopen deze teksten vooruit op de komst van het 1000-jarig vrederijk.
  8. Het evangelie na de uitstorting van de Heilige Geest is bestemd voor alle volken. Aangezien de apostelen Israëlieten waren, en men ergens moest beginnen, begon men noodzakelijkerwijs in Israël.
  9. De doopopdracht, die Jezus gegeven heeft is bestemd voor alle volkeren.
  10. Het beërven van het Koninkrijk betekent tevens dat men eeuwig leven ontvangt. Het niet beërven van het Koninkrijk betekent dat men eeuwig straf zal ontvangen.
  11. Hoge morele wetten gelden in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Wie zich niet houdt aan deze wetten mag zich afvragen of hij of zij wel wedergeboren is. In het gunstigste geval zal hij of zij gered worden als door vuur heen. Niet zonder reden spreekt Paulus de Nieuw-Testamentische gelovigen aan met "heiligen". We worden heiligen genoemd omdat we geloven dat de Heer Jezus onze zonden vergeeft en omdat we daarna ook proberen bepaalde zonden niet meer te doen.
  12. Kenmerkend voor de bedeling van de gemeente zijn de vele verdrukkingen. We worden in de gelijkenissen van de Heer Jezus "slaven" genoemd. Terwijl de leden van het Koninkrijk Israël burgers genoemd worden. Een slaaf wordt verdrukt, heeft weinig of geen rechten. Hij is een vreemdeling en bijwoner. Een slaaf is niet meer dan zijn Meester. De Heer Jezus is ons voorgegaan in de weg van lijden en niet erkend worden.
  13. De apostel Petrus vervult een sleutelrol bij de opbouw van de gemeente. De gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Let wel dat er staat apostelen (meervoud). De apostel Paulus erkent de andere apostelen volledig. Plaatsen, waar zij het evangelie gebracht hebben, slaat hij over.
  14. De twaalf apostelen, inclusief de apostel Paulus, brengen na de uitstorting van de Heilige Geest één evangelie.
  15. De apostel Johannes en de apostel Paulus spreken aan het einde van hun aardse loopbaan nog steeds over het Koninkrijk. Hier is zeer duidelijk sprake van de bedeling van de gemeente. Ook aan het begin van de evangelie verkondiging na de uitstorting van de Heilige Geest spreekt men over het evangelie van het Koninkrijk. Ook dit woordgebruik geeft ons geen enkele reden om na de uitstorting van de Heilige Geest verschillende bedelingen te onderscheiden.
  1. Wanneer er in de Bijbel sprake is van het Koninkrijk (Israël) of het Koninkrijk of het Koninkrijk Gods of het Koninkrijk der hemelen dan heeft dat altijd te maken met de openbaring van de Heer Jezus en zijn Woord aan de mensen.

    Lucas 17:20-21:
    En op de vraag der Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde Hij hun en zeide: Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is; ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u.

  2. De term "Koninkrijk (Gods)" of "Koninkrijk der hemelen", maakt geen verschil.

    Matthéüs 19:23-25:
    Jezus zeide tot zijn discipelen: Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat. Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden worden?

    Marcus 4:11:
    "En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen,"

    Matthéüs 13:10-11:
    En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde hun en zeide: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.

    Marcus 10:14-15:
    Toen Jezus dat zag, nam Hij het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan.

    Matthéüs 18:2-4:
    En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.

    Matthéüs 13:24:
    Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker.

    Matthéüs 13:37b-39:
    Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen.

    Lucas 23:42-43:
    En hij zeide: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt. En Hij zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.

    Hebreeën 12:28-29:
    Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.

    Jacobus 2:5:
    Hoort, mijn geliefde broeders! Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben?

    2 Petrus 1:10-11:
    Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.

    Romeinen 14:17:
    Want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest.

    1 Corinthiërs 15:50:
    Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven en het vergankelijke beërft de onvergankelijkheid niet.

  3. Toen Jezus lichamelijk op aarde aanwezig was brachten de twaalf apostelen een evangelie speciaal bestemd voor (het Koninkrijk) Israël. Aangezien de machtigen in Israël hun Koning niet erkend hebben, zal er een bedeling van de gemeente komen. Let er op dat de gemeente beschreven wordt als "slaven" en de Israëlieten als "burgers". De bedeling van het Koninkrijk Israël kan alleen bestaan bij de lichamelijke aanwezigheid van Jezus.

    Lucas 19:11-14:
    Toen zij daarnaar luisterden, sprak Hij nog een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden. Hij zeide dan: Een man van hoge geboorte trok naar een ver land om voor zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en (daarna) terug te keren. En hij riep tien van zijn slaven en gaf hun tien ponden en zeide tot hen: Drijft handel, totdat ik terugkom. Doch zijn burgers haatten hem en zonden hem een gezantschap achterna met de boodschap: Wij willen niet, dat deze koning over ons wordt.

    Lucas 19:37-44:
    Toen Hij reeds dichterbij kwam, aan de glooiing van de Olijfberg, begon de gehele menigte der discipelen vol blijdschap God te prijzen, met luider stem, om al de krachten, die zij gezien hadden, en zij zeiden: Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des Heren; in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen. En enige der Farizeeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf uw discipelen. En Hij antwoordde en zeide: Ik zeg u, indien dezen zwegen, zouden de stenen roepen. En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstond wat tot uw vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.

    Matthéüs 21:43:
    Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.

    Matthéüs 8:11-12:
    Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

    Johannes 18:36-37:
    Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.

  4. Opmerkelijk is dat de apostel Petrus voor de uitstorting van de Heilige Geest nog onbekeerd wordt genoemd. Als "onbekeerde" discipel had hij wel reeds het evangelie van het Koninkrijk Israël gebracht.

    Lucas 22:32:
    En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen.

  5. Evangelie van het koninkrijk is bestemd voor alle volken.

    Matthéüs 24:14:
    En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.

    Matthéüs 8:10b-12:
    Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden! 11 Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Izak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

  6. Wanneer er in de evangeliën gesproken wordt over "Koninkrijk" is dit vaak zonder bedenkingen toepasbaar op de bedeling van de gemeente. Men kan dus gerust stellen dat alle boeken van het Nieuwe Testament bestemd zijn voor de gemeente

    Matthéüs 13:19:
    Bij een ieder, die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is: dat is de langs de weg gezaaide.

    Matthéüs 13:37b-39:

    Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen; de akker is de wereld; het goede zaad, dat zijn de kinderen van het Koninkrijk; het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen.

    Lucas 12:29-31:
    En gij, zoekt niet wat gij eten of drinken zult en weest niet verontrust, want naar al deze dingen gaat het zoeken van de volken der wereld uit. Doch uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft. Maar zoekt zijn Koninkrijk, en die dingen zullen u bovendien geschonken worden.

    Matthéüs 6:33:
    Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

    Lucas 12:32-34:
    Wees niet bevreesd, gij klein kuddeke! Want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven. Verkoopt uw bezittingen om aalmoezen te geven. Maakt u beurzen, die niet oud worden, een schat, die nooit opraakt, in de hemelen, waar geen dief bij komt en geen mot ze schaadt. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

    Lucas 6:20:
    En Hij hief zijn ogen op naar zijn discipelen en zeide: Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods.

    Matthéüs 5:3:
    Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

    Matthéüs 5:10:
    Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

    Matthéüs 21:31b-32:
    Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zaagt, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd.

    Johannes 3:3:
    Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.

    Johannes 3:5-7:
    Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.

    Lucas 9:59-62:
    En Hij zeide tot een ander: Volg Mij. Maar deze zeide: Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. Maar Hij zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods. En weer een ander zeide: Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. Maar Jezus zeide [tot hem]: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods.

    Lucas 18:29-30:
    En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of vrouw of broeders of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het Koninkrijk Gods of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven

    Matthéüs 12:28:
    Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen.

    Matthéüs 13:52:
    Hij zeide tot hen: Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt.

  7. Enkele tekstgedeelten zijn specifiek met betrekking tot het Koninkrijk Israël. Aangezien er geen daadwerkelijk Koninkrijk Israël gekomen is lopen deze teksten vooruit op de komst van het 1000-jarig vrederijk.

    Lucas 1:33:
    "en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen."

    Marcus 1:14-15:
    En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galiléa om het evangelie Gods te prediken, en Hij zeide: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie.

    Lucas 10:8-9:
    En als gij in een stad komt, waar men u ontvangt, eet wat u wordt voorgezet en geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u gekomen.

    Matthéüs 10:5-8:
    Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israël. Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.

    Lucas 22:29-30:
    En Ik beschik u het Koninkrijk, gelijk mijn Vader het Mij beschikt heeft, opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk. En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israëls te richten.

    Handelingen 1:6-8:
    Zij dan, die daar bijeengekomen waren, vroegen Hem en zeiden: Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij zeide tot hen: Het is niet uw zaak de tijden of gelegenheden te weten, waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft, maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judéa en Samaria en tot het uiterste der aarde

  8. Het evangelie na de uitstorting van de Heilige Geest is bestemd voor alle volken. Aangezien de apostelen Israëlieten waren, en men ergens moest beginnen, begon men noodzakelijkerwijs in Israël.

    Lucas 24:46-49:
    En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen. En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge.

    Marcus 16:15-18:
    En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden. Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuw tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.

  9. De doopopdracht, die Jezus gegeven heeft is bestemd voor alle volkeren.

    Matthéüs 28:18-19:
    En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

  10. Het beërven van het Koninkrijk betekent tevens dat men eeuwig leven ontvangt. Het niet beërven van het Koninkrijk betekent dat men eeuwig straf zal ontvangen.

    Matthéüs 25:32-34:
    En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de Koning tot hen, die aan zijn rechterhand zijn, zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.

    Matthéüs 25:46:
    En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.

    Marcus 9:47-48:
    En indien uw oog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit. Het is beter, dat gij met een oog het Koninkrijk Gods binnengaat, dan dat gij met twee ogen in de hel geworpen wordt, waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust.

  11. Hoge morele wetten gelden in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Wie zich niet houdt aan deze wetten mag zich afvragen of hij of zij wel wedergeboren is. In het gunstigste geval zal hij of zij gered worden als door vuur heen. Niet zonder reden spreekt Paulus de Nieuw-Testamentische gelovigen aan met "heiligen". We worden heiligen genoemd omdat we geloven dat de Heer Jezus onze zonden vergeeft en omdat we daarna ook proberen bepaalde zonden niet meer te doen.

    Efeziërs 5:3-5: (Groot Nieuws Vertaling)
    Omdat u God toebehoort, mag er bij u geen sprake zijn van ontucht en van welke vorm van onzedelijkheid of hebzucht ook. Grove, oppervlakkige of dubbelzinnige taal: ook dat past u niet. Breng liever dank aan God! Want u moet goed beseffen, dat iemand die ontucht pleegt, onzedelijk leeft of hebzuchtig is — dat is een vorm van afgodendienst — geen erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God zal krijgen.

    1 Corinthiërs 6:9-10:
    Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beerven zullen? Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beerven.

    1 Corinthiërs 6:9-10: (Groot Nieuws Vertaling)
    Weet u niet dat zij die onrecht doen, geen deel zullen krijgen aan het koninkrijk van God? Maak uzelf niets wijs: mensen die ontucht plegen, afgodendienaars, echtbrekers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldschrapers, drinkers, kwaadsprekers, uitbuiters, zij zullen geen van allen deel krijgen aan het koninkrijk van God.

    Galaten 5:19-21:
    Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beerven.

    Galaten 5:19-21: (Groot Nieuws Vertaling)
    Het is duidelijk wat allemaal uit ons zelfzuchtig ik voortkomt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en magie, haatgevoelens, ruzie, afgunst, uitbarstingen van woede, eigenbelang, geschillen, partijzucht, jaloezie, drinkgelagen, zwelgpartijen en meer van dergelijke dingen. Evenals vroeger waarschuw ik u ook nu: wie dergelijke dingen doen, krijgen geen deel aan het koninkrijk van God.

    Matthéüs 7:21:
    Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is

    1 Corinthiërs 3:10-15:
    Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.

    1 Corinthiërs 5:1-5:
    Inderdaad men spreekt van hoererij onder u, en zulk een hoererij, als zelfs onder de heidenen niet (voorkomt), dat iemand leeft met de vrouw van zijn vader. En gij zijt opgeblazen in plaats van u veeleer te bedroeven, en dus de bedrijver van die daad uit uw midden te verwijderen? Want mijnerzijds heb ik, hoewel lichamelijk niet, maar naar de geest wel aanwezig, reeds, als aanwezig, vonnis geveld over hem, die op zulk een wijze zoiets heeft begaan. Wanneer wij vergaderd zijn, gij en mijn geest met de kracht van onze Here Jezus, leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren.

    1 Petrus 4:17:
    Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?

    2 Timótheüs 2:19b:
    En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods met dit merk: De Here kent de zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid

    Colossenzen 1:13-14:
    Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.

  12. Kenmerkend voor de bedeling van de gemeente zijn de vele verdrukkingen. We worden in de gelijkenissen van de Heer Jezus "slaven" genoemd. Terwijl de leden van het Koninkrijk Israël burgers genoemd worden. Een slaaf wordt verdrukt, heeft weinig of geen rechten. Hij is een vreemdeling en bijwoner. Een slaaf is niet meer dan zijn Meester. De Heer Jezus is ons voorgegaan in de weg van lijden en niet erkend worden.

    Handelingen 14:22:
    "om de zielen der discipelen te versterken en hen te vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan."

    2 Thessalonicenzen 1:4-5:
    "zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen, die gij doorstaat: een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt,"

    2 Timótheüs 4:18:
    De Here zal mij beveiligen tegen alle boos opzet en behouden in zijn hemels Koninkrijk brengen. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen.

  13. De apostel Petrus vervult een sleutelrol bij de opbouw van de gemeente. De gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Let wel dat er staat apostelen (meervoud). De apostel Paulus erkent de andere apostelen volledig. Plaatsen, waar zij het evangelie gebracht hebben, slaat hij over.

    Matthéüs 16:18-19:
    En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

    1 Corinthiërs 3:10:
    Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt.

    Efeziërs 2:20:
    ",gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is."

    Romeinen 15:20:
    "Ik stelde er mijn eer in het te verkondigen, doch zo, dat ik niet (optrad) waar de naam van Christus reeds genoemd was, om niet op eens anders fundament te bouwen,"

  14. De twaalf apostelen, inclusief de apostel Paulus, brengen na de uitstorting van de Heilige Geest één evangelie.

    Handelingen 9:15-18:
    Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israëls; want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet ter wille van mijn naam. En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zeide: Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt, opdat gij weer zoudt zien en met de Heilige Geest vervuld worden. En terstond vielen hem als schubben van de ogen en hij kon weer zien, en hij stond op en werd gedoopt;

    Galaten 2:7-9:
    Maar integendeel: toen zij zagen, dat mij de prediking van het evangelie aan de onbesnedenen toevertrouwd was, gelijk aan Petrus die aan de besnedenen, - immers Hij, die Petrus kracht gaf om apostel te zijn voor de besnedenen, gaf die kracht ook aan mij voor de heidenen, - en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan.

  15. De apostel Johannes en de apostel Paulus spreken aan het einde van hun aardse loopbaan nog steeds over het Koninkrijk. Hier is zeer duidelijk sprake van de bedeling van de gemeente. Ook aan het begin van de evangelie verkondiging na de uitstorting van de Heilige Geest spreekt men over het evangelie van het Koninkrijk. Ook dit woordgebruik geeft ons geen enkele reden om na de uitstorting van de Heilige Geest verschillende bedelingen te onderscheiden.

    Openbaring 1:9:
    Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus.

    Handelingen 28:30-31:
    En hij bleef de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen, die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods, en onderricht gevende aangaande de Here Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering.

    Handelingen 28:23:
    En nadat zij een dag met hem hadden afgesproken, kwamen verscheidenen tot hem in zijn verblijf, wie hij met nadruk het Koninkrijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus, uit de wet van Mozes en de profeten, van de vroege morgen tot de avond toe.

    Handelingen 20:25:
    En nu, zie, ik weet, dat gij allen, onder wie ik rondgereisd heb met de prediking van het Koninkrijk, mijn aangezicht niet meer zien zult.

    Handelingen 19:8:
    En Paulus ging naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods.

    Handelingen 8:12:
    Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen.

Terug naar index