TERUG 

De plaats van de vrouw in het gezin en de gemeente.

Inleiding:

Hieronder volgt een vraag van een lezer van het Zoeklicht (24 november 2001; informatie over een abonnement via e-mailadres: hetzoeklicht@ebmedia.nl). Deze vraag wordt beantwoord door Ds. Theo Niemeijer. Na dit antwoord zal ik een aantal bijbelteksten plaatsen die licht geven over dit onderwerp.


Vraag:

In de gemeente, waartoe ik behoor, is door het boek "Vrouwen in de gemeente van Christus", geschreven door George en Dora Winston, veel verwarring en verdeeldheid ontstaan over de positie van de vrouw in de gemeente. Kunt u mij vertellen hoe we als gemeente met dit onderwerp om behoren te gaan? (W. G. te E.)

Antwoord door Ds. Theo Niemeijer:

Over dit onderwerp hebben we reeds verschillende keren geschreven. Daarom wil ik me beperken tot een aantal fundamentele uitspraken van Gods Woord hierover. Het is juist binnen het christendom dat de vrouw haar gelijkwaardige positie ten opzichte van de man ontvangt. Vergelijkt u de positie van de vrouw binnen de Islam, het Boeddhisme, het HindoeÔsme maar eens met die binnen het christendom. Ook in de atheÔstische, goddeloze wereld wordt de gelijkwaardige positie van de vrouw ontkend en vervalt ze tot een lustobject voor mannen en krijgt ze van de maatschappij geen enkele ruimte om aan haar diepste verlangens (moederschap, vrouw zijn) tegemoet te komen. Paulus was met zijn uitspraak in Galaten 3:27,28 heel revolutionair: "Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood en Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk; gij allen zijt immers ťťn in Christus".
In Christus worden de nationale, seksuele en maatschappelijke verschillen overbrugd en zijn we ťťn in het lichaam van Christus, de gemeente. Het aanvaarden van deze gelijkwaardigheid wil niet zeggen dat er geen verscheidenheid is. Zo leert de Bijbel ons heel duidelijk, dat de man, zowel binnen het huwelijk als in de gemeente, door God geroepen is om gezag te dragen. We lezen in EfeziŽrs 5:22-24 dat de man het hoofd van de vrouw is, evenals Christus het hoofd van de gemeente is. Zowel de vrouw als de gemeente zijn geroepen om aan hun hoofd onderdanig te zijn. Verwerping van deze scheppingsorde is een regelrecht verzet tegen de Heer van de Gemeente. Als een vrouw haar man niet als hoofd accepteert, hoe zal zij dan Christus als hoofd van de gemeente accepteren? Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Goed is het te weten dat het hoofd er niet in de eerste plaats is om te heersen, maar juist om "het lichaam in stand te houden" (vs. 23). Gezag uitoefenen heeft niets te maken met heerschappij voeren, maar veel meer met dienen en de verantwoordelijkheid dragen om het huwelijk en de gemeente in stand te houden. Nu lezen we in l TimotheŁs 2:12 dat de apostel Paulus niet toestaat, dat een vrouw onderricht geeft - of gezag over de man uitoefent. Deze woorden van Paulus zijn geheel in overeenstemming met de scheppingsorde die God ingesteld heeft. Daarom bruist iedere gezaghebbende taak die door een zuster in de gemeente uitgeoefend wordt in tegen de gehoorzaamheid aan het onfeilbaar eeuwig Woord van God. Predikanten en ambtsdragers, zowel oudsten als diakenen (de gezagsdragers in de gemeente), kunnen bijbels gezien nooit vrouwen zijn. Het is geweldig, dat zoveel werk in de gemeente door vrouwen gedaan wordt. We denken hierbij aan het kinderwerk, het diaconale werk, allerlei praktische werkzaamheden in de gemeente. De scheppingsorde met de man als gezagsdrager zien we al in het begin van de Bijbel. Na de zondeval riep de Here God niet Eva, maar Adam ter verantwoording omdat Hij de verantwoordelijke was! We lezen bij de priesterdienst, dat niet de vrouwen, maar de mannen tot priesters geroepen werden om in het heiligdom verzoening voor het volk te doen. Geen enkele vrouw mocht in het heiligdom verschijnen! De omliggende volkeren met andere godsdiensten kenden wel de vrouwelijke priesters. We zien de gezagsverhoudingen bij de aartsvaders, binnen Gods volk IsraŽl, bij de roeping van de apostelen en later binnen de gemeente. God wijkt niet af van de scheppingsorde, die vanaf de schepping bestaat. De maatschappij en goed bedoelde boeken dwingen ons misschien onze kijk hierop te herzien en de taken anders in te vullen.. .maar vergeet dan niet dat we tegen de ingestelde scheppingsorde van God ingaan. Het is heel jammer dat tegenwoordig veel gevestigde kerken, maar ook evangelische gemeenten overstag gaan en voor de "vrouw in het ambt" kiezen en daarmee het gezaghebbende Woord van God loslaten. Ik zie deze ontwikkeling als een teken van de eindtijd, en als onderdeel van de grote afval die binnen de kerk begonnen is. Het begon al in de hof van Eden, waar satan Eva van Adam isoleerde en door list en bedrog aangezet werd om, buiten de goedkeuring van Adam om, van de verboden vrucht te eten. Satan heeft zijn strategie niet veranderd en is vandaag op deze manier nog steeds bezig. Voor de kerk in de eindtijd is het woord: "maar gij hebt mijn Woord bewaard" (Openbaring 3:8) van onschatbare waarde. De gemeente is in Jeruzalem begonnen met de woorden: "zij dan die zijn Woord aanvaarden", helaas gaat de gemeente te gronde door het verwerpen en verwaarlozen van het gepredikte Woord Gods. Ook al gaat het hier om kerken en gemeenten die een numerieke groei beleven, terwijl ze met vrouwelijke ambtsdagers functioneren, dan hoeft dit niet als bewijs te dienen dat God deze gemeente zegent.
De gemeente van Laodicea wordt in de Bijbel beschreven als een gemeente die aan niets gebrek had. Het kan dan een grote, wervende gemeente geweest zijn die een prachtig eigen gebouw bezat met talloze activiteiten, maar toch... was het een gemeente, waar de Here Jezus Zelf buiten voor de deur stond en er niet in betrokken werd. Groei heeft in de eerste plaats te maken met de vrucht van de Heilige Geest, waardoor Christus in ons persoonlijk leven ťn in de gemeente zichtbaar wordt. Moge onze gemeenten deze groei beleven!


Hieronder volgt een hoeveelheid tekstgedeelten, die hetgeen hierboven besproken is staven:

1 CorinthiŽrs 11:3:
Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God.

1 CorinthiŽrs 11:7-9:
Want een man moet het hoofd niet dekken: hij is het beeld en de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.

1 CorinthiŽrs 14:34-38:
Zoals in alle gemeenten der heiligen moeten de vrouwen in de gemeenten zwijgen; want het is haar niet vergund te spreken, maar zij moeten ondergeschikt blijven, zoals ook de wet zegt. En als zij iets willen te weten komen, moeten zij thuis haar mannen om opheldering vragen; want het staat lelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente. Of is het woord Gods bij u begonnen? Of heeft het alleen u bereikt? Indien iemand meent een profeet of geestelijk mens te zijn, laat hij dan wel weten, dat hetgeen ik u schrijf, een gebod des Heren is. Maar als iemand hiermede niet rekent, dan wordt met hem niet gerekend.

EfeziŽrs 5:22-24:
Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles.

EfeziŽrs 5:33:
Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

Colossenzen 3:18:
Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here.

1 TimothťŁs 2:11-12:
Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft of gezag over de man heeft; zij moet zich rustig houden.

1 TimothťŁs 5:8:
Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij erger dan een ongelovige.

1 Petrus 3:1-7:
Evenzo gij, vrouwen, weest uw mannen onderdanig, opdat, ook indien sommigen aan het woord niet gehoorzaam zijn, zij door de wandel hunner vrouwen zonder woorden gewonnen worden, doordat zij uw reine en godvrezende wandel opmerken. Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van gewaden, maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God. Want aldus tooiden zich ook weleer de heilige vrouwen, die hoopten op God, onderdanig aan haar mannen, zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde; en haar dochters zijt gij, als gij goed doet en u geen schrik laat aanjagen. Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook medeerfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden.

Galaten 3:26-29:
Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij allen zijt immers een in Christus Jezus. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.

EfeziŽrs 5:28-30:
Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam.


 www.bijbelstudies.com